The Bourne Conspiracy


Het ontwikkelen van hoogwaardige entertainment producten kost veel geld. Die kosten vormen meteen een groot risico. Als een product niet slaagt is een investeerder of studio al het geld in één klap kwijt. Om het risico te beperken wordt er vaak teruggegrepen naar oude formats of bekende boeken en personages. Een investering in een James Bond film bijvoorbeeld, is zeer veilig: er zijn miljoenen mensen die een Bond-film (en game) sowieso willen zien en spelen. Een andere vorm van risicobeperking is het spreiden van de kansen. De licentie van een boek wordt verkocht en er komen 3 films, een documentaire, een nieuwe uitgave van het boek, boeken over het boek en natuurlijk games. In ieder geval één game, maar het liefst een trilogie. De investering in een dure licentie wordt minder risicovol en er zijn meer kansen om het geld terug te verdienen. Dit is niet persé een slechte ontwikkeling, maar in veel gevallen worden games, gebaseerd op een film, vaak in te korte tijd ontwikkeld waardoor het eindresultaat niet goed genoeg is.
The Bourne Conspiracy is ook zo’n project. Het eerste boek van Robert Ludlum over de antiheld werd geschreven in 1980. In 2002 werd dit boek pas verfilmd, een miniserie daargelaten, en nu is er ook de game Jason Bourne. Na het succes van de Bourne films (die overigens de boekenreeks al snel loslaten) was de tijd rijp voor een game project. Een geheimagent die zijn geheugen kwijt is, dat is natuurlijk niet alleen een goed gegeven voor een goed boek.
Maar hoe grijp je de essentie van een film of boek en hoe stop je dat in een game? Er zijn al genoeg gamespionnen die goed met wapens overweg kunnen. Uit de film blijven vooral de actiescènes je achtervolgen. Harde korte handgevechten waarbij Bourne zijn capaciteiten ontdekt en gebruikt op zoek naar zijn geheugen. Dit element heet de ontwikkelaar gepakt en als speerpunt in de game gebruikt.
De speler gaat in een razend tempo door de game en wordt vaak gedwongen om met zijn vuisten te vechten. Tijdens het gevecht loopt een ‘adrenalinemeter’ omhoog. Als je genoeg klappen hebt uitgedeeld en ontvangen kan je die adrenaline met 1 knop loslaten om je echt Jason Bourne te voelen: met akelige precisie worden tegenstanders uitgeschakeld. Ook wordt de omgeving handig gebruikt. Vijanden worden tegen tafels, kasten, computers en kisten gegooid met het benodigde resultaat. Het is een indrukwekkend manier van vechten dat in andere games niet te zien is. Het heeft echter wel een paar nadelen. De speler hoeft voor deze spectaculaire acties slechts op 1 knop te drukken. De acties worden dus niet door de speler zelf uitgevoerd. En alhoewel die speciale moves nooit gaan vervelen heb je nooit het idee dat je in de huid kruipt van Jason Bourne. Je kijkt toch weer naar een film.
Als je al deze vermakelijke gevechten wegdenkt blijft er een redelijk middelmatige game over. Bourne doet niets dat we niet al in andere games hebben gezien. De speler gaat uiteindelijk van vijand naar vijand om na 1 druk op de knop een spectaculaire korte scène te zien. De eindbazen zijn daarbij wel een uitzondering. De gevechten duren veel langer en nog meer wordt de nadruk gelegd op het gebruik van de omgeving. Zo kan je iemand omgooien en doen belanden op een glazen salontafel die in duizend stukken barst. Als je al deze eindbazen achterelkaar speelt zou je een fantastische vechtgame hebben. Maar dat is dit niet, het is een Bourne game.
Concluderend kan je niet zeggen dat Bourne teleurstelt. Zeker als filmgame (die notoir tegenvallen) is dit een van de betere games. Vaak lijkt het echter alsof de maker van een filmgame denkt dat de film genoeg inhoud biedt om een hele game op te staven. Hetzelfde geldt voor de filmmaker en het boek. De films van Jason Bourne gaan hun eigen succesvolle weg. The Bourne Conspiracy heeft echter net iets te weinig om het lijf.









